Gelet daarom op de rechtspraak van het Hof en de door de commissie eerder gevolgde lijn, met name het aangehaalde arrest in zaak C-48/14 en het advies over de rechtsgrondslag van de richtlijn van 2013 betreffende ioniserende straling, moeten de artikelen 31 en 32 Euratomverdrag als rechtsgrondslag voor het voorstel dienen.
Compte tenu de la jurisprudence de la Cour et de la pratique antérieure de la commission, et notamment de la décision rendue dans l'affaire C-48/14 et de l'avis relatif à la base juridique de la directive sur les rayonnements ionisants de 2013, les articles 31 et 32 du traité Euratom doivent donc constituer la base juridique de la proposition.