Het Gerechtelijk Wetboek van 1967 plaatst de minnelijke schikking wel in het eerste hoofdstuk van de titel betreffende de behandeling en berechting van de vordering (artikelen 731 tot 734) maar bepaalt enkel uitdrukkelijk dat een vordering vooraf ter minnelijke schikking kan worden voorgelegd aan de rechter die bevoegd is om in eerste aanleg ervan kennis te nemen. Het bevat geen algemene regeling voor de minnelijke schikking die in elk stadium van de procedure, ook in hoger beroep, kan worden getroffen.
Or, curieusement, le Code judiciaire de 1967, tout en plaçant la conciliation au premier chapitre du titre relatif à l'instruction et au jugement de la demande (articles 731 à 734), ne règle expressément que la conciliation préalable à l'introduction ou à l'instruction d'une demande au premier degré de juridiction; il ne règle pas de manière générale la conciliation qui peut intervenir à tout stade de la procédure, y compris en degré d'appel.