De Koning bepaalt de periodes welke voor de toepassing van de artikelen 55, vierde lid, 56, § 1, eerste lid, 3º, en § 2, eerste lid, 4º, 56bis , § 1, 56quater , eerste lid, 2º, 56decies , § 1, 56undecies , tweede lid, of 57, tweede lid, worden gelijkgesteld met de periodes waarover de werknemer de voorwaarden heeft vervuld om aanspraak te maken op de forfaitaire maandelijkse bijslag.
Le Roi détermine les périodes qui, pour l'application des articles 55, alinéa 4, 56, § 1 , alinéa 1 , 3º, et § 2, alinéa 1 , 4º, 56bis , § 1 , 56quater , alinéa 1 , 2º, 56decies , § 1 , 56undecies , alinéa 2, ou 57, alinéa 2, sont assimilées à des périodes pour lesquelles le travailleur a satisfait aux conditions pour prétendre aux allocations forfaitaires mensuelles.