Art. 4. Een eindmonster wordt door de ambtenaar die de monsterneming verricht, ter plaatse ter beschikking gelaten van degene die verantwoordelijk wordt geacht voor de overeenstemming van de waar met de reglementaire bepalingen; ten minste een ander eindmonster wordt door hem ter ontleding aan een Rijksontledingslaboratorium of aan een ander door de Minister van Landbouw en Middenstand erkend of aangeduid laboratorium of station gezonden; een ander eindmonster wordt aan de Inspectie-generaal Grondstoffen en Verwerkte producten van het Ministerie van Middenstand en Landbouw gezonden, die het eventueel aan het parket zal doen toekomen.
Art. 4. L'agent qui a procédé à l'échantillonnage laisse un échantillon final sur place à la disposition de celui qui est réputé responsable pour la conformité de la marchandise aux dispositions réglementaires; il transmet au moins un autre échantillon final pour analyse à un laboratoire de l'Etat ou à tout autre laboratoire ou station agréés ou désignés par le Ministre de l'Agriculture et des Classes moyennes; un autre échantillon final est transmis à l'Inspection générale des Matières premières et Produits transformés du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture qui, le cas échéant, le fera parvenir au parquet.