Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt immers dat elke rechter in staat moet zijn om, eventueel na het stellen van een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie, een wetgevende norm te toetsen aan het gemeenschapsrecht en, in geval van strijdigheid, de interne norm buiten toepassing te laten (167).
Il appert en effet de la jurisprudence de la Cour de Justice que tout juge doit être à même, éventuellement après avoir posé une question préjudicielle à la Cour de Justice, de contrôler la conformité d'une norme législative avec le droit communautaire et, en cas de contrariété, de faire abstraction de la norme de droit interne (167).