b) het leiden van personen, die handelingen verrichten waarbij een risico of een gevaar bestaat, door middel van hand- of armseinen of mondelinge mededelingen die overeenstemmen met de voorschriften van de bijlagen III. 6-1, III. 6-8, en III. 6-9.
b) le guidage des personnes effectuant des manoeuvres comportant un risque ou danger, par un signal gestuel ou par une communication verbale conformes aux prescriptions des annexes III. 6-1, III. 6-8, et III. 6-9;