Artikel 181 van de Belgische Grondwet, een erfenis van het « concordaat » tussen Napoleon en Rome, garandeert de financiering van de erkende erediensten in die zin dat de wedden en pensioenen van de bedienaren van de erediensten en van de afgevaardigden die belast zijn met de niet-confessionele morele bijstand, ten laste van de Staat komen.
En effet, la Constitution, en son article 181, a conservé l'héritage du Concordat napoléonien en garantissant le financement des cultes reconnus en mettant à charge de l'État les traitements et pensions des ministres des cultes ainsi que des délégués chargés de l'assistance morale non confessionnelle.