Art. 50. Wanneer de behoorlijk opgeroepen kandidaat in de onmogelijkheid verkeert zich voor te stellen op de datum bepaald door de Voorzitter van de examencommissie voor één van de ingerichte proeven, wordt hij ertoe gehouden de Voorzitter van de examencommissie ervan te verwittigen, per aangetekend schrijven, ten laatste vijf werkdagen voor de datum die bepaald werd voor de betrokken proef.
Art. 50. Lorsque le candidat dûment convoqué est dans l'impossibilité de se présenter à la date fixée par le Président du Jury pour une des épreuves organisées, il est tenu d'en aviser le Président du Jury, par voie recommandée, au plus tard cinq jours ouvrables avant la date prévue pour la présentation de l'épreuve concernée.