De TF argumenteert voorts dat staatssteun voor fitnesscentra in handen van de overheid niet als verenigbaar met de werking van de EER-overeenkomst kan worden beschouwd op grond van artikel 59, lid 2, als compensatie voor de openbare dienst, of op grond van artikel 61, lid 3, onder c), als steun voor culturele of regionale activiteiten, indien dezelfde steun niet onder gelijkwaardige voorwaarden aan particuliere fitnesscentra wordt verleend.
L’ANF fait par ailleurs valoir que des aides d’État accordées à des centres de fitness publics ne peuvent pas être considérées comme compatibles avec le fonctionnement de l’accord EEE en tant que compensation de service public, au sens de l’article 59, paragraphe 2, ou en tant qu’aide aux activités culturelles ou régionales, au sens de l’article 61, paragraphe 3, point c), si cette même aide n’est pas accordée à des centres de fitness privés dans des conditions identiques.