15. benadrukt dat de rol van lokale overheden en het bedrijfsleven, en met name kmo's, brede erkenning moet krijgen bij de ontwikkeling van het beleid op toeristisch gebied in Europa; gelooft dat het wettelijk en fiscaal kader moet zorgen voor een gunstiger klimaat voor deze ondernemingen en rekening moet houden met de specifieke behoeften van toeristische ondernemingen en hun werknemers, zoals regelingen inzake flexibele arbeidstijden die in overeenstemming zijn met de rechten van de werknemers;
15. souligne que dans l'élaboration des politiques du tourisme en Europe, le rôle des collectivités territoriales et des entreprises, y compris des PME, devrait être largement reconnu; estime que le cadre législatif et fiscal devrait être plus favorable à ces entreprises et tenir compte des besoins spécifiques des entreprises et des salariés du secteur du tourisme, par exemple en prévoyant des modalités souples d'organisation du temps de travail dans le respect du droit du travail;