6. vindt dat de EU wegens de grote diversiteit van de situaties in de zogenaamd "bijzondere" gebieden, niet een eenvormig antwoord moet geven, maar moet zorgen voor een kader dat met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel een zekere flexibiliteit mogelijk maakt, en geval per geval op de problemen moet reageren;
6. estime que la grande diversité des situations rencontrées dans les territoires dits "spécifiques" doit donner lieu à une réponse non uniforme de la part de l'UE, mais à la mise en place d'un cadre qui permette, dans le respect du principe de subsidiarité, de faire preuve d'une certaine flexibilité, et de répondre au cas par cas aux problèmes posés;