31. roept in het bijzonder op tot vaststelling van goede praktijken voor de veehouderij die het risico van antimicrobiële resistentie tot een minimum beperken; benadrukt dat deze praktijken vooral moeten worden gelden voor jonge dieren die worden samengebracht van verschillende fokkers, waardoor het risico van overdraagbare ziekten verhoogd wordt;
31. réclame en particulier la mise en place de bonnes pratiques pour l'élevage animal, permettant de réduire le risque de résistance antimicrobienne; souligne que ces pratiques doivent s'appliquer en particulier aux jeunes animaux qui sont amenés en groupes en provenance de différents éleveurs, ce qui augmente le risque d'apparition de maladies contagieuses;