Dit vloeit voort uit artikel 1, onderdeel c), waarin wordt gesteld dat een Staat kan beslissen dat de corruptiedelicten waarbij overheidsfunctionarissen van een andere Staat zijn betrokken, slechts betrekking hebben op de functionarissen wier statuut verenigbaar is met dat van de nationale overheidsfunctionarissen, geregeld in de wetgeving van de vervolgende Staat.
Cela découle du paragraphe c) de l'article 1, selon lequel un État peut décider que les infractions de corruption impliquant des agents publics d'un autre État ne visent que les agents dont le statut est compatible avec celui des agents publics nationaux régis par la législation de l'État de poursuite.