12. wijst er eens te meer op dat het aanhoudende en zelfs toenemende gebrek aan economische convergentie nog steeds een structureel p
robleem is voor het gecentraliseerde monetaire beleid dat in de eurozone wordt gevoerd; onderstreept dat het effect van het
monetaire beleid aanzienlijk verschilt tussen de lidstaten van de eurozone; deze asymmetrische situatie zal zich wellicht nog verder verscherpen indien de ECB de rente blijft verhogen, aangezien in diverse lidstaten voornamelijk aan de kortetermijnrente geïndexeerde leningen worden verstrekt; is er derhalve van overtuigd dat er behoefte is a
...[+++]an een gemeenschappelijk, door de EU aangestuurd begrotingsbeleid;
12. rappelle que l'absence, persistante voire croissante, de convergence économique continue de constituer un problème structurel pour la politique monétaire unique dans la zone euro; souligne que l'incidence de la politique monétaire diverge considérablement d'un État membre à l'autre de la zone euro; estime que cet impact asymétrique de la politique monétaire est même susceptible de se renforcer si la BCE continue d'augmenter ses taux, étant donné la prévalence des prêts indexés sur les taux d'intérêt à court terme dans certains États membres; est dès lors convaincu de la nécessité d'une gouvernance budgétaire commune de l'Union;