Volgens artikel 296, § 1, b, van het Verdrag, vormen de bepalingen van het Verdrag geen hinderpaal voor het nemen, door elke Lidstaat, van " de maatregelen die hij nodig acht voor de bescherming van de wezenlijke belangen van zijn veiligheid en die betrekking hebben op de productie van en de handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel; deze maatregelen mogen de mededingingsvoorwaarden binnen de gemeenschappelijke markt niet aantasten, wat de producten betreft die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn" .
Selon cet article 296, § 1, b, les dispositions du traité ne font pas obstacle à ce que tout Etat membre prenne " les mesures qu'il estime nécessaires à la protection des intérêts essentiels de sa sécurité et qui se rapportent à la production et au commerce d'armes, de munitions et de matériel de guerre; ces mesures ne doivent pas altérer les conditions de la concurrence dans le marché commun en ce qui concerne les produits non destinés à des fins spécifiquement militaires" .