« Art. 2. Wanneer de vordering tot bevel niet geformuleerd werd uiterlijk in de laatste memorie van een beroep tot nietigverklaring, wordt ze ingediend na de uitspraak van het arrest tot nietigverklaring door middel van een verzoekschrift ondertekend door de verzoeker of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 19, vierde lid, van de gecoördineerde wetten.
« Art. 2. Lorsque la demande d'injonction n'a pas été formulée au plus tard dans le dernier mémoire d'un recours en annulation, elle est introduite après le prononcé de l'arrêt d'annulation par une requête signée par le requérant ou par un avocat satisfaisant aux conditions fixées par l'article 19, alinéa 4, des lois coordonnées.