Art. 4. Voor de Rijksambtenaren van wie de geldelijke anciënniteit berekend werd overeenkomstig artikel 17, § 2, van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten zoals het van kracht was voor 1 december 2008 blijft deze geldelijke anciënniteit verworven.
Art. 4. Pour les agents de l'Etat dont l'ancienneté pécuniaire a été calculée conformément à l'article 17, § 2, de l'arrêté royal du 29 juin 1973 portant statut pécuniaire du personnel des services publics fédéraux tel qu'il était en vigueur avant le 1 décembre 2008, cette ancienneté pécuniaire reste acquise.