De schuld wordt aangetoond wanneer het slachtoffer bewijst dat het gedrag waaronder het heeft geleden geen normaal redelijke en voorzichtige persoon waardig is, dat de dader van het cyberpesten vrij en bewust heeft gehandeld en dat deze er in had moeten voorzien dat zijn gedrag schade aan het slachtoffer zou berokkenen.
La faute sera établie si la victime prouve que le comportement dont elle a souffert n’est pas digne d’une personne normalement prudente et diligente, que l’auteur du cyberharcèlement a agi librement et sciemment et qu’il aurait du prévoir que son comportement causerait un dommage à la victime.