6. De Raad van State zit niet in waarom in hetzelfde lid de oorspronkelijke beslissing tot het aanwenden van deze of gene uitzonderlijke methode slechts geldt voor een duur van maximaal twee maanden, terwijl de beslissing tot verlenging kan gelden voor een duur van maximaal vier maanden.
6. Au même alinéa, le Conseil d'État ne comprend pas la raison pour laquelle la décision initiale de recourir à l'une ou l'autre méthode exceptionnelle ne vaut que pour une durée de deux mois maximum alors que la décision de prolongation pourra valoir pour une durée de quatre mois maximum.