60. De Raad van State vraagt zich af wat de draagwijdte is van de toepassing van het vermoeden van represailles zoals geregeld bij het voorgestelde artikel 16, ingeval de melder besloten zou hebben anoniem te blijven, inzonderheid ook ten opzichte van de overheid die tegen hem represaillemaatregelen kan treffen.
60. Le Conseil d'État s'interroge sur la portée de l'application de la présomption de représailles, telle que la met en place l'article 16 proposé, dans l'hypothèse où le dénonciateur aurait décidé de conserver l'anonymat, en ce compris, précisément, vis-à-vis de l'autorité susceptible d'agir en représailles à son encontre.