3° in afwijking van artikel 71, derde lid, van dezelfde regeling wordt, wanneer in de vordering tot schorsing de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, het in artikel 70, § 1, 2°, en § 2, eerste lid, van die regeling vastgestelde recht, behoudens overmacht, uiterlijk ter terechtzitting betaald, indien dat niet gebeurd is door het aanbrengen van plakzegels op het origineel van de vordering tot schorsing of van het verzoekschrift tot tussenkomst.
3° par dérogation à l'article 71, alinéa 3, du même règlement, lorsque la demande de suspension invoque l'extrême urgence, la taxe fixée à l'article 70, § 1, 2°, et § 2, alinéa 1, de celui-ci est, sauf force majeure, acquittée au plus tard au moment de l'audience, si elle ne l'a pas été sur l'original de la demande de suspension ou de la requête en intervention.