Om toch enig idee te hebben van de orde van grootte werden de woonkostenindicatoren (aandeel huurders en eigenaars met afbetaling en de gemiddelde woonkost) van de huishoudens uit het laagste deciel van de CSB-enquête geëxtrapoleerd en gekoppeld aan de verschillende bijstandsstelsels (aantal trekkers in 1995) : voor de bestaansminimumtrekkers betrof het
huishoudens met een gezinshoofd op actieve leeftijd (65 voor mannen en 60 voor vrouwen), voor het gewaarborgd inkomen voor bejaarden de huishoudens met een gezinshoofd boven de pensioengerechtigde leeftijd en voor de tegemoetkoming aan gehandicapten (niet verblijvend in een instelling) de
...[+++] groep alleenstaanden op actieve leeftijd.Afin de disposer malgré tout d'un ordre de grandeur, on a extrapolé les indicateurs du coût des logements (part des locataires et des propriétaires emprunteurs et coût moyen du logement) pour les ménages du décile inférieur de l'enquête du C.S.B., et on les a rattachés aux différents régimes d'aide (nombre de bénéficiaires en 1995) : dans le cas des minimexés, il s'agissait des ménages dont le
chef n'a pas atteint l'âge de la pension (65 ans pour les hommes et 60 ans pour les femmes); pour les bénéficiaires du revenu garanti aux personnes âgées, des ménages dont le chef a dépassé l'âge de la pension; et pour les bénéficiaires d'allocat
...[+++]ions aux handicapés (ne résidant pas dans une institution), des isolés n'ayant pas encore atteint l'âge de la pension.