Het gerechtelijk onderzoek heeft immers niet op toereikende wijze kunnen aantonen dat de groep van jonge verdachten het oogmerk had geweld te gebruiken of het leger of de politie te vervangen, zich met die actie in te laten of in hun plaats op te treden, en heeft evenmin kunnen vaststellen dat die groep het voorkomen van militaire troepen had of dat zij bij optredens in het openbaar van dat voorkomen blijk gaf.
En effet, l'information judiciaire n'a pas établi à suffisance que le groupe de jeunes inculpés avait pour objet de recourir à la force, ou de suppléer l'armée ou la police, de s'immiscer dans leur action ou de se substituer à elles, pas plus qu'ils n'avaient l'apparence de troupes militaires, ni ne se livraient à des exhibitions en public donnant cette apparence.