3. Het behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten om te beslissen of artikel 5, leden 2 en 6, van toepassing is op het vervaardigen, verwerven of in bezit hebben van materiaal waarbij kinderen zijn betrokken die de leeftijd hebben bereikt waarop ze kunnen instemmen met seksuele handelingen, wanneer dit materiaal is vervaardigd en in bezit wordt gehouden met hun toestemming en uitsluitend voor persoonlijk gebruik van de betrokkenen, voor zover de handelingen geen misbruik inhouden.
3. Il appartient aux États membres de décider si les dispositions de l'article 5, paragraphes 2 et 6, s'appliquent à la production, à l'acquisition ou à la possession de matériel impliquant des enfants ayant atteint la majorité sexuelle lorsque ce matériel est produit et détenu avec leur consentement et uniquement pour l'usage privé des personnes concernées et pour autant que les actes n'aient pas impliqué d'abus.