Ten slotte maken de spreiding in de tijd van de bestreden regeling voor het vervroegd pensioen ten belope van telkens zes maanden in 2017 en in 2018, evenals de in B.21.2 vermelde afwijkingen en overgangsmaatregelen dat de wetgever naar een evenwicht heeft gezocht, dat niet kennelijk onredelijk is.
Enfin, en étalant dans le temps le régime, attaqué, de la retraite anticipée de six mois chaque fois en 2017 et en 2018, et en accordant les dérogations et mesures transitoires, mentionnées en B.21.2, le législateur a recherché un équilibre qui n'est pas manifestement déraisonnable.