3. Daartoe gemachtigde ambtenaren van een overeenkomstsluitende partij kunnen met instemming van de andere overeenkomstsluitende partij en onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, in de kantoren van de aangezochte autoriteit of een autoriteit waarvoor ze verantwoordelijk is, inlichtingen over handelingen die een overtreding vormen of waarvan vermoed wordt dat ze een overtreding vormen van de douanewetgeving en die de verzoekende autoriteit voor de toepassing van deze overeenkomst nodig heeft, inwinnen.
3. Les fonctionnaires dûment autorisés d'une partie contractante peuvent, avec l'accord de l'autre partie contractante en cause et dans les conditions prévues par celle-ci, recueillir, dans les bureaux de l'autorité requise ou d'une autre autorité dont celle-ci est responsable, des renseignements relatifs aux opérations contraires ou susceptibles d'être contraires à la législation douanière dont l'autorité requérante a besoin aux fins de la présente convention.