11. neemt kennis van het feit dat de lagere bijdragen van de lidstaten ruimschoots gecompenseerd zijn door hogere bijdragen van de privésector, die goed waren voor 65 % van de totale kosten, zodat de financiering van de Unie een groot hefboomeffect heeft gehad;
11. admet que la hausse des apports du secteur privé, qui a couvert 65 % des coûts totaux et a atteint un très haut niveau par rapport au financement de l'Union, a plus que compensé la diminution des apports des États membres;