Zo hielden de rijkswacht en de BOB zich bezig met georganiseerde misdaad en zelfs met terrorisme; de GR daarentegen met gemeenrechtelijke misdrijven, financiële delinquentie en de jeugd; de gemeentepolitie was belast met administratieve politietaken en met kleine delicten en, niet te vergeten, de ordehandhaving.
Ainsi la gendarmerie et la BSR s'occupaient du grand banditisme, voire du terrorisme; la PJ quant à elle, des crimes de droit commun, de la délinquance financière et de la jeunesse; la police communale était chargée de tâches de police administratives ainsi que de la petite délinquance sans oublier le maintien de l'ordre.