Onverminderd het bepaalde in artikel 16.1, kan in de loop van de zitting tegen de voorzitter een afzettingsprocedure worden aangevat wegens feiten die hij heeft gepleegd of gedragingen die hij heeft aangenomen in zijn hoedanigheid van voorzitter en die de goede naam, de achtbaarheid of de geloofwaardigheid van de assemblee ernstig kunnen schaden.
Nonobstant l'article 16.1, le président peut, en cours de session, faire l'objet d'une procédure de destitution pour des faits commis ou des comportements tenus en sa qualité de président et qui ont pour effet de nuire gravement à la notoriété, l'honorabilité ou la crédibilité de l'assemblée.