Zo is een gezin waarvan één van de partners ofwel blind is ofwel een danig zware handicap heeft zodat hij of zij onmogelijk zelf met de wagen kan rijden, bijna verplicht een tweede auto de kopen om de fiscale gunstregeling op de eerste auto niet kwijt te spelen omdat de partner van de begunstigde met de auto moet gaan werken.
Une famille dont l'un des cohabitants est non-voyant ou lourdement handicapé est ainsi pratiquement obligée d'acheter un deuxième véhicule pour ne pas perdre les avantages fiscaux accordés pour le premier, par exemple si le partenaire du bénéficiaire se rend au travail en voiture.