M. overwegende dat zowel de staatslegers als de gewapende oppositiegroepen in het Kasjmir-geschil de Conventies van Genève van 1949 en het gewone internationaal humanitair recht, krachtens welke aanslagen op burgers zijn verboden, moeten naleven en dat ernstige schendingen van deze bepalingen oorlogsmisdrijven zijn en dat staten tot plicht hebben deze te vervolgen,
M. considérant que tant les forces armées nationales que les groupes d'opposition armée dans le conflit du Cachemire devraient respecter les conventions de Genève de 1949 et le droit humanitaire international en vigueur, qui interdisent les attaques contre les civils, et que les violations graves de ces dispositions constituent des crimes de guerre, que les États ont le devoir de poursuivre,