3. De politieagenten die het onderwerp uitmaken van beschermingsmaatregelen, worden door hun oversten ingelicht over de genomen maatregelen en worden voor de concrete uitwerking ervan (zoals het aanduiden van een contactpersoon), gecontacteerd door de diensten die aangewezen worden voor de uitvoering ervan.
3. Les agents de police faisant l'objet de mesures de protection sont informés par leurs supérieurs des mesures prises. Pour la mise en oeuvre concrète de ces mesures (comme la désignation d'une personne de contact), ils sont contactés par les services désignés pour leur exécution.