Overigens heeft het Hof van justitie in Luxemburg op 6 april 1995 namelijk geoordeeld (HvJ EG, 6 april 1995, BLP Group plc. t. Commissioners of Customs and Excise, C-4/94, Jur., 1995, I, 983, en BTW-Revue nr. 119, blz. 188 tot 214) dat, wanneer een belastingplichtige diensten verricht voor een andere belastingplichtige die deze diensten voor een vri
jgestelde handeling gebruikt, deze laatste - behalve in uitdrukkelijk bepaalde gevallen - geen recht heeft op aftrek van voorbelasting, ook niet wanneer het doel van de vrijgestelde handeling uiteindelijk is ge
...[+++]legen in het verrichten van een belastbare handeling.
En effet, la Cour de justice de Luxembourg a d'ailleurs jugé le 6 avril 1995 (CJCE, 6 avril 1995, BLP Group plc. c. Commissioners of Customs and Excise, C-4/94, Rec., 1995, I, 983, en Revue-TVA no 119, pp. 188 à 214) que, excepté dans les cas prévus expressément, lorsqu'un assujetti fournit des services à un autre assujetti qui les utilise pour effectuer une opération exonérée, celui-ci n'a pas le droit de déduire la TVA acquittée en amant, même lorsque l'objectif ultime de l'opération exonérée est l'accomplissement d'une opération taxée.