de minister, die een hiërarchische bevoegdheid heeft over de agenten van de dienst, heeft indien hij dit wenst de mogelijkheid om in individuele dossiers tijdens de onderzoeksfase in te grijpen en kan eisen dat hij op de hoogte zou worden gebracht van de bij de dienst ingediende aanvragen en klachten alsmede over de vooruitgang van het onderzoek.
le ministre qui a un pouvoir hiérarchique sur les agents du Service, a s'il le souhaite le pouvoir d'intervenir dans les dossiers individuels au stade de l'instruction et celui d'exiger d'être informé sur les demandes introduites auprès du Service et sur l'état d'avancement de l'instruction.