Art. 16. § 1. Het bedrag van de door iedere bouwheer te stellen borgtocht overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie wordt bepaald op basis van de totale oppervlakte, uitgedrukt in vierkante meter, van de ingenomen terreinen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van al de werken van de bouwheer welke met toepassing van artikel 3 van de ordonnantie aan voorafgaande coördinatie en vergunning onderworpen zijn.
Art. 16. § 1. Le montant du cautionnement à constituer par chaque maître de l'ouvrage, conformément à l'article 20 de l'ordonnance, est défini en fonction de la surface totale, exprimée en m, des emprises nécessaires à l'exécution de l'ensemble des chantiers du maître de l'ouvrage, soumis à coordination et autorisation préalables en application de l'article 3 de l'ordonnance.