Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de decreetgever iedere verwijzing naar de toekomstige exploitatie van de onteigende grond als centrum voor technische ingraving heeft willen uitsluiten, vermits hij geen rekening heeft gehouden met het advies van de Raad van State en verscheidene amendementen die ertoe strekten de dubbelzinnigheden uit de tekst te halen, zijn verworpen.
Les travaux préparatoires démontrent que le législateur décrétal a bien voulu exclure toute référence à l'exploitation future du terrain exproprié en centre d'enfouissement technique puisqu'il n'a pas tenu compte de l'avis du Conseil d'Etat et que plusieurs amendements visant à lever les ambiguïtés du texte ont été rejetés.