(b) er zorg voor te dragen dat bij de toepassing van het bepaalde in artikel J.3, lid 1, volgens welk de Raad het recht heeft om behalve de draagwijdte van het gemeenschappelijk optreden, de algemene en bijzondere doeleinden alsmede de middelen, procedures en de tijdsduur daarvan te bepalen, geen afbreuk wordt gedaan aan de bevoegdheden die via de communautaire pijler van de Verdragen aan de andere instellingen zijn toegekend;
(b) de faire en sorte que dans l'application des dispositions de l'article J3.1 qui lui confèrent le droit de fixer, outre la portée de l'action commune, ses objectifs généraux et particuliers ainsi que les moyens, les procédures et la durée, il ne soit pas porté atteinte aux compétences attribuées aux autres institutions par le pilier communautaire des traités;