In dit Wetboek wordt dit criterium toegepast in de artikelen 35 (recht toepasselijk inzake ouderlijk gezag, voogdij en bescherming van onbekwamen), 44 (bevoegdheid van de Belgische overheden om het huwelijk te voltrekken), 46 (recht toepasselijk op de totstandkoming van het huwelijk), 57 (buitenlandse ontbinding van het huwelijk gegrond op de wil van de man), 59 (internationale bevoegdheid inzake de relatie van samenleven), 62 (recht toepasselijk op de afstamming) en 65 (bevoegdheid om de erkenning te ontvangen).
Le Code fait usage de ce critère dans ses articles 35 (droit applicable en matière d'autorité parentale, de tutelle et de protection de l'incapable), 44 (compétence des autorités belges pour célébrer le mariage), 46 (droit applicable à la formation du mariage), 57 (dissolution du mariage à l'étranger fondée sur la volonté du mari), 59 (compétence internationale en matière de relations de vie commune), 62 (droit applicable à la filiation) et 65 (compétence pour recevoir la reconnaissance).