8. wijst erop dat de partnerschapsovereenkomsten inzake visserij beperkt zijn gebleven tot een transfer van financiële middelen naar de ontwikkelingslanden in ruil voor de exploitatie van hun visbestanden; is daarom van mening dat de steun aan een bepaalde bestemming moet worden verbonden, meetbaar moet zijn, doelmatig moet zijn voor de ontwikkeling van de visserij in derde landen en moet worden onderscheiden van betalingen voor toegangsrechten;
8. fait remarquer que les APP, en général, se sont résumés à un transfert de fonds vers les pays en développement en échange de l'exploitation de leurs ressources halieutiques; considère dès lors que les aides doivent être ciblées, évaluables, efficaces pour le développement du secteur de la pêche dans les pays tiers et différenciées des paiements au titre de droits d'accès;