Uit de uiteenzetting van de middelen blijkt dat het Hof zich moet uitspreken over de bestaanbaarheid van de bestreden bepalingen met het recht op toegang tot de door de wet aangewezen rechter, nu als gevolg van de veralgemeende correctionaliseerbaarheid de overgrote meerderheid van de misdaden niet langer wordt beoordeeld door het hof van assisen, terwijl uit artikel 150 van de Grondwet voortvloeit dat de jury de natuurlijke rechter is voor alle criminele zaken.
Il ressort de l'exposé des moyens que la Cour doit se prononcer sur la compatibilité des dispositions attaquées avec le droit d'accès au juge désigné par la loi, en ce que, du fait de la généralisation de la possibilité de correctionnaliser, la toute grande majorité des crimes n'est plus jugée par la cour d'assises, alors qu'il découle de l'article 150 de la Constitution que le jury est le juge naturel en toutes matières criminelles.