Volgens de verzoekende partijen zou de schending voortvloeien uit (1) de ontstentenis van een openbare zitting, (2) het gebrek aan tegenspraak, (3) de ontstentenis van een motiveringsplicht, (4) de ontstentenis van een openbare uitspraak, (5) de vaststelling dat de kamervoorzitter zowel de « vereenvoudigde behandeling » voorstelt als erover beslist, (6) de vaststelling dat voor het voorstel van de kamervoorzitter enkel een ordetermijn geldt, terwijl ten aanzien van de verzoekende partij een korte vervaltermijn van vijftien dagen geldt en (7) de mogelijke ontstentenis van een administratief dossier.
Selon les parties requérantes, la violation découlerait (1) de l'absence d'une audience publique, (2) de l'absence de débat contradictoire, (3) de l'absence d'une obligation de motivation, (4) de l'absence d'un prononcé public, (5) du constat que le président de chambre propose le « traitement simplifié » et décide de celui-ci, (6) du constat que seul un délai d'ordre s'applique à la proposition du président de chambre tandis qu'un court délai de déchéance de 15 jours est imposé à la partie requérante et (7) de l'éventuelle absence d'un dossier administratif.