Art. 44. § 1. De leden van het directiecomité, de leden van het kenniscentrum en de leden van de geschillenkamer mogen, tijdens de duur van hun mandaat, geen andere al dan niet bezoldigde activiteit uitoefenen die niet verenigbaar is met hun mandaat.
Art. 44. § 1. Les membres du comité de direction, les membres du centre de connaissances et les membres de la chambre contentieuse ne peuvent, durant la durée de leur mandat, exercer une autre activité incompatible avec leur mandat, rémunérée ou non.