Wanneer het wegens de efficiëntieverbeteringen die voortvloeien uit de integratie van twee technologieën waarschijnlijk is dat de licentienemers voor beide technologieën een licentie zullen vragen, worden deze technologieën als complementair beschouwd, zelfs indien zij gedeeltelijk substituten zijn.
Lorsque, en raison des gains d’efficience qui résulteront de l’intégration de deux technologies, les preneurs sont susceptibles de vouloir les utiliser toutes les deux, les technologies sont traitées comme des compléments, même si elles sont partiellement substituables l’une à l’autre.