In de prejudiciële vragen die zijn gesteld in de zake
n nrs. 4290 en 4291 wordt het Hof verzocht een vergelijking te maken tussen, enerzijds, de belastingplichtigen voor wie de beroepstermijn loopt vanaf een datum die wordt vermoed de datum te zijn van de verzending, bij gewone brief, van het aanslagbiljet, dat wil zeggen voordat zij daadwerke
lijk daarvan kennis konden nemen en, anderzijds, de andere rechtzoekenden (eerste prejudiciële vraag) en de andere belastingplichtigen (tweede prejudiciële vraag) aan wie een bericht
van wijzig ...[+++]ing wordt gezonden bij ter post aangetekende brief, dat op die manier gemakkelijk verifieerbaar is, terwijl de sanctie voor de niet-inachtneming van de termijn zwaarder is in het eerste geval dan in het laatste.Les questions préjudicielles posées dans les affaires n 4290 et 4291 invitent la Cour à comparer, d'une part, les contribuables à l'égard desquels le délai de recours court à partir d'une date présumée d'envoi par pli simple de l'avertissement-extrait de rôle, c'est-à-dire avant qu'ils soient en mesure d'en prendre connaissance effectivement et, d'autre part, les autres justiciables (première question préjudicielle) et les a
utres contribuables (seconde question préjudicielle) qui sont destinataires d'un avis de rectification adressé par voie recommandée et ainsi aisément vérifiable, alors que la sanction du non-respec
t du délai ...[+++] est plus lourde dans le premier cas que dans le dernier.