De verzoekende partijen in de zaken nrs. 5235 en 5236 leiden een derde middel af uit de schending, door de bestreden bepalingen, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6.1 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre de wetgever de belastingplichtige zijn fundamenteel recht en het voordeel van het alge
meen rechtsbeginsel krachtens hetwelk niemand ertoe kan worden verplicht bij te dragen tot zijn eigen beschuldiging, zou hebben ontnomen door de financiële instellingen ertoe te verplichten aan de belastingadministratie gegevens betreffende hun cliënten mee te delen die voor die laats
...[+++]tgenoemden mogelijk beschuldigend zijn.
Les parties requérantes dans les affaires n 5235 et 5236 prennent un troisième moyen de la violation par les dispositions attaquées des articles 10 et 11 de la Constitution, lus en combinaison avec l'article 6.1 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce que le législateur aurait privé le contribuable de son droit fondamental et du bénéfice du principe général de droit en vertu desquels nul ne peut être obligé de contribuer à sa propre incrimination, en imposant aux établissements financiers de divulguer à l'administration fiscale des données relatives à leurs clients et potentiellement incriminantes pour ces derniers.