Bij zijn arrest van 18 oktober 2013 (Arr. Cass., 2013, nr. 532) heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat « de toepassing van die bepaling [artikel 82, tweede lid] zich [uitstrekt] tot de hypotheek die de echtgenote van de gefailleerde heeft toegestaan op een van haar eigen goederen, als waarborg voor de verbintenissen van laatstgenoemde ».
Par son arrêt du 18 octobre 2013 (Pas., 2013, n° 532), la Cour de cassation a jugé que « l'application de cette disposition [l'article 82, alinéa 2] s'étend à l'hypothèque consentie sur un de ses biens propres par le conjoint du failli, en garantie des engagements de ce dernier ».