De verwijzende rechter ondervraagt het Hof over de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de artikelen 2, 2°, 10, 4°, en 12bis van de voormelde wet van 15 december 1980 en van artikel 26 van het voormelde koninklijk besluit, « in zoverre zij
de vreemdeling die geen E.G.-onderdaan is en die België zonder de vereiste documenten is binnengekomen of na de geldigheidsdatum van die documenten in België is gebleven, maar gehuwd is met een niet-E.G.-onderdaan die toegelaten werd tot het verblijf in België, ertoe verplichten de documenten voor te leggen die vereist zijn om België binnen te komen, op straffe van te
rugdrijvin ...[+++]g uit het land en terugkeer naar zijn land van herkomst om die te verkrijgen, ook al voldoet hij aan de voorwaarden opgelegd bij artikel 10, 4°, van de wet om van rechtswege tot een verblijf van meer dan drie maanden in België te worden toegelaten, terwijl dezelfde vreemdeling, overeenkomstig de lering van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, niet om die reden kan worden teruggedreven wanneer hij met een Belgische onderdaan of een E.G.-onderdaan is gehuwd ».Le juge a quo interroge la Cour sur la compatibilité avec les articles 10 et 11 de la Constitution des articles 2, 2°, 10, 4°, et 12bis de la loi du 15 décembre 1980 précitée et de l'article 26 de l'arrêté royal précité, « en ce qu'ils exigent de l'étranger non CE qui es
t entré en Belgique sans les documents requis ou qui y est demeuré en Belgique après la date de validité de ces documents, mais qui a épousé un ressortissant non CE admis à séjourner en Belgique, de produire les documents requis pour son entr
ée en Belgique sous peine d'être refoulé hors ...[+++] du pays et de devoir retourner dans son pays d'origine pour les obtenir même s'il remplit les conditions requises par l'article 10, 4°, de la loi pour être admis à séjourner de plein droit en Belgique plus de trois mois, alors que le même étranger ne peut, conformément à l'enseignement de la Cour de Justice des Communautés européennes, être refoulé pour ce motif s'il a épousé un ressortissant belge ou communautaire ».