Art. 5. Voor personen die afvalwater uit de landbouw lozen, de in artikel 4 van dit besluit bedoelde vrijstellingsvoorwaarden niet vervullen en de totale hoeveelheid afgetapt water niet d.m.v. een teller kunnen bepalen, wordt het volume op grond waarvan het bedrag van de belasting wordt berekend, verkregen door de optelling van het vermoedelijke verbruik van het gezin, te weten 100 m, en het geschatte verbruik van de veestapel, vastgesteld op 1,8 m per eenheid vervuilende last.
Art. 5. Pour les personnes qui déversent des eaux usées agricoles, qui ne répondent pas aux conditions d'exemption définies à l'article 4 du présent arrêté et qui ne peuvent déterminer le volume total d'eau prélevée au moyen de dispositifs de comptage, le volume pris en compte pour l'établissement du montant de la taxe s'obtient en additionnant la consommation présumée du ménage, soit 100 m, et la consommation estimée du cheptel, fixée à 1,8 m par unité de charge polluante.