Ook al blijkt uit het commentaar op die bepalingen (5) dat de verp
lichting die aan de lidstaten wordt opgelegd om de assimilatie en de naturalisatie van vluchtelingen en staatlozen « voor zover mogelijk » te vergemakkelijken, beschouwd moet worden als een aanbeveling of als een verplichting waaraan op zich geen stand-stilleffect is verbonden, het staat niettemin aan de wetgever om naar be
horen de redenen te verantwoorden waarom hij van oordeel is dat de criteria vastgesteld bij de wet van 1 maart 2000 niet meer te
...[+++]rzake doende blijken te zijn op het gebied van naturalisatie en integendeel strenger moeten worden gemaakt, daar anders de voornoemde verdragsbepalingen worden geschonden.Même s'il ressort des commentaires consacrés à ces dispositions (
5) que l'obligation faite aux États membres de faciliter, « dans toute la mesure du possible », l'assimilation et la naturalisation des réfugiés et des apatrides doit être considérée comme ayant valeur de recommandation ou d'obligation non revêtue, en elle-même, d'un effet de stand-still, il n'en reste pas moins qu'il incombe au législateur, sous peine de violer les dispositions précitées, de pouvoir dûment justifier les raisons pour lesquelles il estimerait que les critères fixés par la loi du 1 mars 2000 ne s'avèrent plus pertinents en matière de naturalisation et doivent
...[+++] au contraire être rendus plus sévères.