Wanneer de administratie overeenkomstig artikel 341, WIB 92, de belastbare grondslag heeft geraamd volgens tekenen en indiciën waaruit een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven inkomsten, moet de belastingplichtige aan de hand van positieve en controleerbare gegevens (en niet aan de hand van loutere beweringen) aantonen dat die gegoedheid voortkomt uit andere inkomsten dan die welke in de inkomstenbelastingen kunnen worden belast of uit inkomsten die tijdens een vroegere periode dan de belastbare zijn verkregen.
Lorsque l'administration a évalué la base imposable conformément à l'article 341, CIR 92, d'après des signes et indices d'où résulte une aisance supérieure à celle qu'attestent les revenus déclarés, c'est au contribuable qu'il appartient d'établir, par des éléments positifs et contrôlables (et non en opposant de simples affirmations) que cette aisance provient de ressources autres que celles qui sont taxables aux impôts sur les revenus ou de revenus antérieurs à la période imposable.